Voordat ik mijn negen
hamsters, vijf konijnen, twee vogels, 200 wandelende takken, drie muizen en 24
vissen kreeg hadden we drie katten. Dikkie Dik de dikke lieve rode kater, Goelie de brutale grote zwarte poes en dan was er
nog Kwartje, het doodsbange poesje. Kwartje had als jong poesje een ernstige
vorm van de niesziekte gehad. Ze is daar nooit helemaal van opgeknapt en
het heeft haar zelfs een beetje gek gemaakt.
Hierdoor
was kwartje was altijd het buitenbeentje van de drie. Goelie en Dikkie Dik
tolereerden haar totaal niet. Ze krabden haar vaak en bliezen tegen haar wanneer ze langsliep. Kwartje
kon haar eigen eten nauwelijks opeten en vluchtte altijd weg wanneer er iemand
aankwam. Zelfs wanneer mijn ouders haar wilde pakken om haar te beschermen tegen die andere twee. Ze schrok dan zo erg dat ze je zomaar voor de voeten
rende en je moest uitkijken dat je niet over haar viel. Om te voorkomen dat
mijn ouders dan op haar trapte riepen ze ‘Move it!’.
Ik
als klein meisje van een jaar of drie vond dat angstige poesje natuurlijk
ontzettend zielig en wilde het graag aaien om het gerust te stellen. Omdat ik
mijn ouders zo vaak ‘Move it’ hoorde zeggen ging ik ervan uit dat ze zo heette.
Dus ik als klein peutertje liep de hele dag door het huis te roepen: ‘Move it,
kom hier! Move it, kom hier!’ omdat ik haar wilde aaien. Iets dat ook mij helaas
niet vaak gelukt is...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten